← Terug naar de hoofdlijst

Jan van Wyk

Geslacht: Man

Geboren: rond 1700 te Utrecht

Overleden: 19 okt 1961 te Kockengen

Beroep: Cipier en Gyzelmeester

Vader: Onbekend
Moeder: Onbekend

Biografie / Aantekeningen

Jan komt voor het testamanent:
In de erfstelling op langstlevende indien geen kinderen worden nagelaten lyftocht langstlevende indien kinderen worden nagelaten Jan van Wyk, cipier en gyzelmeester te Utrecht, vader van de bruid, doet afstand van de legitieme portie en neemt genoegen met de aan hem gemaakte uitkering met benoeming van de langstlevende tot voogd.

Jan is Cipier en Gyzelmeester. Waarschijnlijk heeft hij gewerkt in de gijzelkamer aan de nieuwegracht 27. Alhoewel hij niet als hoofdbewaarder genoemd wordt zal hij toch een functie van betekenis daar hebben gehad.

Een cipier gijzelnemer (in de 18e eeuw vaak aangeduid als de cipier van de gijzelkamer of kastelein) was in het Utrecht van 1750 de bewaarder en exploitant van de schuldengevangenis.
De term 'gijzelnemer' heeft hier een puur juridisch-historische betekenis en heeft niets te maken met het moderne, criminele gijzelen. Het verwees naar schuldgijzeling (civiele gijzeling): een wettelijk middel waarbij een schuldeiser een schuldenaar mocht laten opsluiten om hem of zijn familie te dwingen openstaande schulden te betalen.

De functie van deze specifieke cipier bestond in 1750 uit de volgende kerntaken:

1. Het bewaken en huisvesten van schuldenaren
De cipier hield toezicht op de personen die wegens civiele schulden waren vastgezet. In Utrecht gebeurde dit onder andere in De Gijzelkamer aan de Nieuwegracht/Hamburgerstraat. Omdat schuldenaren geen zware criminelen waren, golden er andere regels dan in de gewone kerker. De cipier zorgde ervoor dat de gevangenen binnenbleven, maar bood hen tegelijkertijd een humaner verblijf. [1, 2, 3]

2. Het runnen van een 'hotel' op kosten van de schuldeiser
Een belangrijk kenmerk van het 18e-eeuwse gevangeniswezen was dat cipiers nauwelijks salaris kregen; ze moesten rondkomen van de exploitatie van hun gevangenis. [1]
Kost en inwoning: De cipier verkocht eten, drank, beddengoed en kaarsen aan de gevangenen.
Wie betaalde? De schuldeiser die de gijzeling had aangevraagd, was wettelijk verplicht om het dagelijkse 'stalgeld' (de verblijfskosten) aan de cipier te betalen. Betaalde de schuldeiser niet op tijd, dan moest de cipier de schuldenaar onmiddellijk vrijlaten. [1]

3. Administratie en bemiddeling
De cipier hield nauwkeurig bij wie er binnenzat, hoe hoog de schuld was en of de betalingen voor het levensonderhoud door de schuldeiser werden voldaan. Vaak fungeerde de gijzelkamer ook als een plek waar achter de schermen onderhandelingen plaatsvonden tussen de partijen om tot een betalingsregeling te komen, zodat de gijzeling kon worden opgeheven.
Hier kun je meer info vinden over gyzelkamers:

Kortom:
Een cipier gijzelnemer in 1750 was dus een commercieel beheerder van een schuldengevangenis. Hij combineerde de rol van cipier (bewaker) met die van een herbergier, specifiek voor burgers die hun financiƫle verplichtingen niet waren nagekomen.
Hier kun je meer info vinden over gyzelkamers:
https://utrechtsmonumentenfonds.nl/steengoed/steengoed-63-nieuwe-gracht-27/

Relatie 1
Partner: Maria Engelen
Gehuwd : 23 jan 1733 te Utrecht

Kinderen uit deze relatie:
Maria van Wijk (*2 dec 1735)