← Terug naar de hoofdlijstCornelis Cornelisz Jongkees
Geslacht: Man
Geboren: 5 aug 1708 te Den Helder
Overleden: 6 feb 1760 te Den Helder
Beroep: Loods Walvisvaarder
Vader: Cornelis Aarjensz Jongkees (*in 1670)
Moeder: Neel Jans Breet (*in 1675)
Biografie / Aantekeningen
Het Helderse pachtersoproer.
In de 18e eeuw draaide de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden om vriendjespolitiek. Rijke regenten gaven de lucratieve taak om belastingen te innen aan zogenaamde 'pachters'. Deze pachters moesten een vast bedrag afdragen aan de overheid, maar alles wat ze extra uit de zakken van de gewone burgers klopten, mochten ze zelf houden. Dit leidde tot enorme corruptie, extreme verrijking en bittere armoede onder het volk.
Terwijl de rijke patriciërs en regenten in Amsterdam en Den Haag fortuinen verdienden in hun achterkamertjes, moesten de gewone mensen in de kustdorpen Huisduinen en Den Helder keihard knokken voor elke brok brood op de plank. Onze voorouders, de familie Jongkees, stonden midden in deze rauwe werkelijkheid. Ze waren loodsen, zeevaarders en—wanneer het onrecht te groot werd—onverschrokken rebellen.
Dat de Hollandse kustbewoners zich niet gedwee de wet lieten voorschrijven door de heersende klasse, bewijst onze voorvader Cornelis Cornelisz Jongkees. In de archieven van het Hof van Holland staat hij vermeld onder zijn lokale geuzennaam: "Ouwe Kees".
In de 18e eeuw was de corruptie onder de overheid groot. Het innen van belastingen werd uitbesteed aan particuliere 'pachters'. Deze pachters klopten de gewone burger wildkramig geld uit de zak voor dagelijkse levensbehoeften zoals zeep, zout en gort. In februari 1750 pikte de Helderse bevolking de financiële uitzuigprakijken en de verborgen agenda's van de regenten niet langer. Het Helderse Pachtersoproer barstte los.
De Opstand in de Noordkop
Toen de belastinggaarders de accijnzen hardhandig kwamen opeisen, sloeg de vlam in de pan. Onder leiding van de charismatische, 41-jarige Cornelis "Ouwe Kees" Jongkees kwamen de lokale loodsen en walvisvaarders in verzet. Voor de vissers was dit puur zelfbehoud tegen een overheid met een verborgen agenda die hen financieel probeerde uit te knijpen.
Onder leiding van de toen 41-jarige Ouwe Kees kwamen de loodsen en vissers in opstand. Belastingkantoren werden omsingeld en de corrupte ambtenaren werden hardhandig het dorp uitgejaagd. De overheid sloeg in paniek toe en stuurde soldaten om de rebellie de kop in te drukken. Ouwe Kees werd als een van de absolute aanstichters in de boeien geslagen en afgevoerd naar de beruchte Gevangenpoort in Den Haag.
Hoewel het grote Pachtersoproer in 1748 in steden als Amsterdam en Groningen losbarstte, bleef het in de jaren daarna onrustig in de provincie. In februari 1750 pikte de Helderse en Huisduiner bevolking de alsmaar stijgende belastingen op dagelijkse levensbehoeften (zoals gort, zeep en zout) niet langer. [1, 2, 3]
Het Proces in Den Haag: Hoe liep het af?
De regenten schrokken hevig van de Helderse rebellie. Loodsen waren immers stoere, sterke mannen die niet bang waren voor een stootje. De overheid stuurde soldaten om de orde te herstellen. Cornelis Jongkees werd samen met een aantal andere kopstukken in de boeien geslagen. Hij werd overgebracht naar de beruchte Gevangenpoort in Den Haag, waar het Hof van Holland hem berechtte wegens opruiing en rebellie. [1]
De afloop:
Hoewel de straffen voor opstandelingen destijds gruwelijk konden zijn (zoals geseling of verbanning), had Ouwe Kees het geluk aan zijn zijde. De politieke situatie in het land was zo explosief dat de nieuwe Stadhouder Willem IV vreesde dat zware straffen tot nóg grotere landelijke opstanden zouden leiden.
Cornelis werd na een zware en intimiderende detentieperiode uiteindelijk vrijgelaten met een zware boete en een officiële waarschuwing om zich koest te houden. Hij keerde terug naar Huisduinen, waar hij door zijn dorpsgenoten als een held werd ontvangen en zijn werk als loods en walvisvaarder weer oppakte. [1, 2]
Relatie 1Partner: Lijsbet Alberts Kikkert
Gehuwd : 21 nov 1734 te Den Helder
Kinderen uit deze relatie:
Jan Cornelisz Jongkees (*10 nov 1743)