De Lopiker- Krimpener- en Alblasserwaard in Zuid-Holland.
Nadat de familie Tukker in Honswijk en daarna in Hagesteijn en Zijderveld te vinden was is er ook een tak verhuisd naar het gebied ten Westen van Utrecht/ Vianen. Een gebied met een kenmerkend Hollandse uitstraling. Hier hebben zij boerenbedrijven gehad.
Maar..... hoe was het leven in die waard, hoe zag het leven er uit in dit gebied? ? En vooral, hoe was het leven in de voorgaande eeuwen?
De waard
De streek ligt grofweg tussen, Gouda, Utrecht, Rotterdam en Gorinchem. In het Noorden wordt het gebied begrenst door de Hollandse IJssel en in het zuiden de Merwede. Het gebied wordt doorsneden door de Lek. Tussen de Hollandse IJssel en de Lek liggen de Lopiker- en Krimpenerwaard. en daaronder tussen de Lek en de Merwede de Alblasserwaard. In het midden van Haastrecht naar Schoonhoven loopt door het gebied ook nog het riviertje "De Vlist"
Het gebied heeft, met name rond de Vlist, een oer Hollandse uitstraling. Een uitstraling zoals veel buitenlanders geloven dat heel Nederland er uit ziet. Boerenbedrijven, molens, polderlandschap enzovoort. Een ritje langs dit riviertje zeer de moeite waard.
Het gebied wordt al geruime tijd bewoond. Er zijn resten net na de ijstijd en de Romeinse tijd. Echter het gebied is ook meer keren verlaten geweest. Sinds het eind van 13e eeuw kun je weer zeggen dat het gebied bewoond is en dan met name een agrarisch functie heeft.
In Hardinxveld - Giessendam is tijdens een archeologisch onderzoek Treintje opgegraven. Treintje leefde 5500 jaar voor onze jaartelling. Ze is waarschijnlijk 40 tot 60 jaar oud geworden en had een relatief goede gezondheid
Hebben ze droge voeten in het gebied? Niet automatisch. Gemiddeld ligt het gebied één meter onder zeeniveau. In het verleden zijn er dan ook veel overstromingen geweest. Maar ook nu moeten we ons best doen het gebied water vrij te houden. Maar dat is wel van toepassing voor heel het westen van Nederland.
|
Het dagelijks leven, de sfeer en beroepen Als we kijken naar de generaties van Wiggert Stout (1778), zijn vader Pieter (1752) en de familie Boskoop, kijken we recht in de ziel van de oude Krimpener en Alblasserwaard. De Mannen waren "Bouwlieden" (Bouwman) Zowel vader Pieter Wiggertsz Stout als diverse ooms staan in de archieven te boek als bouwman (of landbouwer). Dit is een heel specifiek historisch beroep in deze regio. Een 'bouwman' in een waard was een zelfstandige melkveehouder. En natuurlijk de jeugd Hier op de foto rechts zie je ze. Hangjeugd? Nou, niet bepaald. Natuurlijk zijn kinderen vaak ondeugend dat was toen niet anders. Maar de schoolmeester, ouders en eigenlijk de hele gemeenschap hield ze wel onder controle. Als je iets uitgespookt had wist het hele dorp dat. Ontkennen had geen zin. Werd er moeilijk gedaan? Nee.. Het volgende verhaal vertelde mijn vader. Het was winterdag en de "stoep" de weg de polder in liep stijl naar beneden. (zie foto achter de jongens) Die stoep was erg glad door sneeuw. Dan was het prachtig om met veel jongens op een botenplank (van zo'n 5 meter) te zitten en van die stoep af te glijden. Dat gebeurde toen ook maar, halverwege was er een plekje niet glad. Hierdoor zwenkte de plank naar rechts en sloeg zo door een woonkamerraam van een bewoner die aan die stoep woonde. Een keukentafel stond direct bij dit raam en de man zat aan zijn koffie. De reactie van deze man was: "Moeten jullie ook koffie, jongens..? "Nou...nee dat hoefde ook weer niet" De jongens stapten van de plank af die op die tafel tot stilstand was gekomen en liepen door de huiskamer weer naar buiten. Mensen uit de waard zijn nuchter. "Kan beuren toch.". Het raam werd gemaakt en de schade werd gelapt. Verder werd er niet moeilijk over gedaan. |
|
|
De geur van kaas en mest:
Zij woonden in de karakteristieke langhuisboerderijen langs de IJsseldijk of in de polders van Berkenwoude. Terwijl de mannen buiten op de drassige veengronden de koeien molken, stonden vrouwen zoals Ariaantje Lans en Elisabeth Boskoop in de boerenkeuken of de kaaskamer. Zij maakten de befaamde Goudse kaas, die vervolgens per schip over de IJssel naar de markt in Gouda werd gebracht om te worden verkocht. Goudse kaas en een misverstand Goudse kaas is niet gemaakt in Gouda. De Goudse kazen komen uit de polders die rond Gouda liggen. De boeren uit deze polders maakten deze kazen en brachten ze naar de markt in Gouda om daar verhandeld te worden. Zelfs nu in deze dagen ligt er bar weinig kaas in Gouda. Het meeste ligt in Bodegraven, een plaatsje tussen Gouda en Woerden in. |
|
Het gevecht tegen het water Als bewoners van Ouderkerk en Berkenwoude leefden onze voorouders letterlijk onder de zeespiegel. In de 18e en vroege 19e eeuw braken de dijken van de Hollandsche IJssel en de Lek nog regelmatig door. De angst voor een 'inundatie' (overstroming) zat er diep in. Mensen moesten verplicht meehelpen aan het dijkonderhoud (slagen) en stemden mee in het polderbestuur. Dijkdoorbraak 1953 Het is recentelijker maar menigeen kan zich nog de watersnoodramp in 1953 herinneren. Zeeland liep volledig vol maar de Krimpenerwaard bleef ook niet gespaard. In februari van dat jaar brak de dijk van de IJssel door vlak bij katholieke kerk aan de IJsseldijk in Ouderkerk. De hele polder stroomde vol en het water stond bij de mensen in huis wel een meter hoog. De burgemeester van Ouderkerk nam een inventieve beslissing en vroeg een schipper of zijn oude boot gebruikt mocht worden. En zo werd de oude boot voor de doorbraak gemanoeuvreerd om het gat in de dijk tijdelijk te dichten. En dat is toen gelukt. Interessant is om te weten dat gelukkig de andere kant van de IJssel dijk niet is gebroken. Als dat gebeurd was had het water tot Den Haag en Leiden gespoeld, een immens groot stuk land. Om die reden is de stuw bij Krimpen aan den IJssel / Algerabrug ook als eerste gebouwd in het Deltaplan. |
![]()
|
Dagelijks ritme was strikt ingedeeld
08:00 uur ontbijt 10:00 uur koffie en midden op de dag 12:00 uur warm eten. Boeren leven in de natuur maar ook op de klok.
03:00 / 04:00 uur Opstaan en koeien melken.
Leuk om te weten:
Van de ochtend tot de avond waren de mensen bezig en werd er gegeten. Dat eten was ook heel belangrijk. Het moest niet alleen lekker zijn maar ook voldoende. Vet en koolhydraten waren geen probleem. Als je alles bij elkaar op telt wat een volwassen man op een dag at kom je gauw op 4000 kilo coloriën. De gemiddelde diëtist zou daar nu anno 2026 zeer bedenkelijk van gaan kijken. Nu is een gemiddelde van 2400Kcal voor een volwassen man al ruim voldoende.
Werden die boeren jongens er dik van? Nee, ze hadden het nodig. Als iemand zich een beetje slap voelde kreeg hij vaak het advies: "Je moet meer spek eten." En basic-fit? Ook niet nodig. In de regel waren die jongens zo sterk als een paard. Dit geeft alleen maar aan hoe zwaar het boeren werk wel niet was.
Als je naar de personenlijst van de stamboom kijkt kom je veel namen tegen. Mensen uit deze streek. Maar al die droge data zegt niet precies hoe het was. Het was een mooie streek met fijne mensen. Een mooi polderlandschap met veel boeren-bedrijven, het ziet er goed uit maar er was vooral de vorige eeuwen een ernstige schaduwzijde.
De dood kijkt niet naar de dikte van je portemonnee.
|
In zowel de 18e en 19e eeuw was de gezondheid erbarmelijk. Veel ziektes hielden huis en maakte veel slachtoffers. We praten over?
1. Roodvonk en de zware Mazelen-epidemie (1829–1830) In 1829 en de winter van 1830, trok er een hevige en zeer dodelijke mazelen-epidemie door Nederland. Hoewel we dit nu als een kinderziekte zien, was de variant in die winter extreem agressief. Volwassenen die de ziekte als kind nooit hadden gehad en ermee besmet raakten, kregen te maken met zware complicaties zoals fatale longontstekingen. [1] 2. De 'Inlandse' Buikloop en Rotkoorts (Tyfus) en de cholera rond 1850. (De blauwe dood) Hoewel de Aziatische cholera pas in 1832 kwam, kende men in de Alblasserwaard al eeuwenlang de zogeheten 'inlandse cholera' of zware buikloop. Dit werd veroorzaakt door het drinken van besmet oppervlaktewater uit de sloten en de Lek. Daarnaast was tyfus (in de volksmond rotkoorts of zinkingskoorts genoemd) een constante dreiging in dorpen rond het Zederikkanaal zoals Meerkerk en Ameide. Tyfus verspreidde zich razendsnel binnen gezinnen via luizen of besmet voedsel en water. De ziekte was binnen enkele weken dodelijk. [1, 2, 3, 4, 5] |
|
|
3. De 'Groninger Ziekte' (Malaria / Anderhalingskoorts) Tussen 1826 en 1830 heerste er in grote delen van het laaggelegen, waterrijke Nederland (waaronder de polders) een zware malaria-epidemie, destijds de 'wisselkoorts' genoemd. Door de slechte hygiëne en het stilstaande polderwater sloeg deze muggenziekte genadeloos toe en verzwakte hele gezinnen, waardoor ze een gemakkelijke prooi werden voor acute infecties. [1] Van bacteriën had men nog niet gehoord en penicilline werd pas ontdekt in 1928. Mensen die getroffen werden waren eigenlijk ten dode opgeschreven. Natuurlijk probeerden ze ontstekingen tegen te gaan. Maar middelen zoals knoflook, wilgenbast, kruidnagel, honing azijn, alcohol, jodium, salvarsan en kwik hadden niet de gewenste resultaten. En laten we maar over aderlaten zwijgen. De boeren bedrijven waren op zich wel schoon. De mensen hadden echt wel in de gaten dat ziekte en vuil samen gingen maar men was minder bewust dat de oorzaak in vervuild drinkwater lag alhoewel. Toch kwamen er later projecten om drinkwater te zuiveren. Het was ernstig gesteld. Had een ziekte je te pakken. Dan was meestal "de klos". en.... was er geen redding. |
Schrijnende verhalen van twee families met grote verschillen.
|
Steven van den Ham en Johanna Klompenhouwer worden getroffen door de Cholera Vervuild drinkwater en het ontbreken van riolering leiden ertoe dat de cholera in de 19de eeuw in de hele provincie en vooral in de steden verschillende keren toeslaat. Zo heerst in 1855 in Hoogland bij Amersfoort een cholera-epidemie die veel slachtoffers eist. De familie Van de Ham wacht een tragisch lot. Steven woont met Johanna in een klein huisje aan wat nu de Veldbeemd is in Hooglanderveen. Steven is rijknecht bij een welgestelde familie maar het salaris wat hij daar verdient is geen vetpot. Met 6 kinderen kunnen ze het net aan redden. Om kosteloos te trouwen moest Steven zich als dienstplichtige aanmelden. Dat was de voorwaarde van de gemeente Nijkerk. In augustus 1855 slaat het noodlot toe. Zowel Steven als 5 van zijn kinderen waaronder zelfs een baby worden ernstig ziek door de cholera die op dat moment nadrukkelijk in Nederland aanwezig is. In 3 dagen tijd verliest Johanna 5 van haar kinderen en haar echtgenoot. Johanna die ook nog zwanger is blijft achter met de twee oudsten van 11 en 12 jaar die uit huis waren, waarschijnlijk in intern in dienst waren bij een boer. Hoe moet ze nu verder? De plaatselijke timmerman krijgt van de gemeente de opdracht de lijken op te halen. De mannen drinken eerst moed in voordat ze met 6 lijkkisten op pad gaan naar het kleine huisje. |
|
|
Beide ouders in de familie Jongkind overlijden na ziekte en laten 7 kinderen achter Wat precies de oorzaak is hebben we nog niet kunnen vinden maar in 1830 slaat ook het noodlot toe in Meerkerk bij een herenboer. Cornelis Jongkind begon in Ameide als veerman. Hij kwam wel uit een gegoede familie maar het was nog niet zover dat hij de scepter kon zwaaien op een boerenbedrijf. Hij trouwde met Aaltje en kreeg met haar 4 kinderen. Dan komt ook de tijd dat hij naar Meerkerk verhuist. kennelijk door een erfenis verruilt hij de veerboot en runt daarna een grote boerderij. Maar dan overlijdt Aaltje op jonge leeftijd Ze is pas 41. Om kapitaal veilig te stellen komt Jannigje op zijn pad. Ze is wel 31 jaar jonger maar gezien de rijke familie waaruit ze komt is zij een gezegende huwelijks kandidaat. Met Jannigje komen er nog 3 jonge kinderen bij. Dan in 1830 slaat ook bij hen het noodlot toe waarschijnlijk door een besmettelijke ziekte. Cornelis overlijdt en niet veel later ook zijn vrouw Jannigje. Alhoewel de 3 jongsten 11, 9 en 5 opgevangen worden door de oudere kinderen die rond de twintig zijn is door het wegvallen van beide ouders een enorm gat geslagen in een groot gezin. |
Twee afzonderlijke families. Beiden terug te vinden in de stamboom op deze site.
Wat leefomstandigheden betreft enorme verschillen. Wat risico en gezondheid betreft gelijk.
De dood kijkt niet naar de dikte van je portemonnee.
Aan het einde van de 18e eeuw is er angst voor terreur zoals in Frankrijk.
|
Ja... de patriciërs, adel en herenboeren waren bang dat in de lage landen het zelfde zou gebeuren als in Frankrijk. Onteigeningen, terreur en openbare terechtstellingen waren daar aan de orde van de dag. Dat de angst voor de Franse fratsen onterecht was werd al snel duidelijk. Napoleon had de herenboeren onbedoeld zelfs aardig in de kaart gespeeld. De Franse wetgeving veranderde de maatschappij op het platteland ingrijpend, juist in het voordeel. Het einde van het Feodale Systeem: Vóór de Franse tijd hadden adellijke heren (de Heren van Stand) nog allerlei middeleeuwse rechten op het platteland. Zij bepaalden wie er mocht jagen, vissen of tol kon heffen. De Fransen schaften deze adellijke privileges definitief af. Wie vulden dat machtsvacuüm op? De rijke herenboeren! Zij kochten de adellijke rechten en gronden op en werden de nieuwe 'koningen' van het platteland. Gelijkheid voor de wet (maar niet in de portemonnee): Iedereen was nu juridisch gelijk. Een landarbeider kon niet meer zomaar rechteloos in de kerker worden gegooid. Maar deze 'gelijkheid' veranderde niets aan de economische verhoudingen. Omdat de wet het eigendomsrecht heilig verklaarde, stonden de herenboeren juridisch ijzersterk. Het stemrecht gekoppeld aan geld (Cijnskiesrecht): De Fransen introduceerden weliswaar democratische principes, maar in de decennia daarna (onder Koning Willem I) werd het stemrecht gekoppeld aan de hoeveelheid belasting die je betaalde (cijnskiesrecht). Wie betaalden de meeste belasting over hun grond? De herenboeren. Zij kregen dus als enige stemrecht en bezetten alle posten in het gemeentebestuur en het polderbestuur. |
|
|
De verborgen valstrik van Napoleon: De versnippering Er was echter één onderdeel van de Franse wetgeving waar de herenboeren wél van gruwden en slapeloze nachten van kregen: het nieuwe erfrecht. Vóór de Franse tijd gold in veel regio's het eerstgeboorterecht: de oudste zoon kreeg de hele boerderij, zodat het bezit intact bleef. Napoleon schafte dit af en bepaalde dat alle kinderen (inclusief dochters) recht hadden op een exact gelijk deel van de erfenis. Napoleon deed dit bewust om de macht van grote families te breken door hun bezit te versnipperen. [1, 2] Dit verklaart exact waarom er in de familie zoals van Cornelis Jongkind zo obsessief binnen de eigen rijke kringen (zoals met de familie Van der Ham en Burggraaf) werd getrouwd. Als de wet je dwingt om je bezit na je dood op te delen over 7 kinderen, moet je er via strategische huwelijken voor zorgen dat er via de koude kant weer nieuw land en kapitaal binnenkomt. Het was een constante overlevingsstrijd om de boerderij groot te houden. |
|
Kortom een plek in Nederland die net zo specifiek is alle andere plekken. Wat ik hier beschreef gebeurde natuurlijk door heel Nederland.
De waard; als je er door heen rijdt kun je genieten van al het Hollandse moois, absoluut. Maar achter die voordeuren heerste naast vrede en plezier ook het harde leven van de eeuwen die geweest zijn.
